Termen en afkortingen

Wat is ook al weer het verschil tussen CPM, CPL en CPC? En wat is Frequency Cap of ClickTag precies? Voor deze en meer vragen een overzicht van de meest gebruikte afkortingen en termen op het gebied van (online) marketing.

A – D       E – H        I – L       M – Z

 

  • AdSense – Een dienst van Google die website-eigenaren in staat stelt om op hun eigen webpagina’s contextuele advertenties (Google Adwords) te tonen van bedrijven. Door het tonen van deze Google Adwords-advertentie krijgt de website-eigenaar een vergoeding van Google.
  • Advertorial – Een tekstadvertentie die veel lijkt op redactionele content van een website of nieuwsbrief. Een advertorial bevat meestal een kop, een tekst, een link en een afbeelding.
  • AdWords – Een dienst van Google waarmee bedrijven tekstadvertenties kunnen plaatsen die op basis van trefwoorden (keywords) worden getoond. De advertenties worden afgerekend op basis van CPC (Cost per Click) en getoond in de zoekresultaten van Google en op sites die gebruik maken van Google Adsense.
  • Banner – Advertentie op een website of in een nieuwsbrief, in de vorm van tekst of een statische of geanimeerde afbeelding of video.
  • Bezoeken – Het aantal keer per maand dat een website door bezoekers wordt bekeken. Hiermee wordt geen rekening gehouden met het aantal unieke bezoekers. Als een unieke bezoeker een website bijv. 3 keer per maand bezoekt, dan zijn dat 3 bezoeken door 1 unieke bezoeker.
  • Bezoekers – Het aantal personen dat een website per maand bezoekt. Dit wordt bijgehouden op basis van het IP-adres van de computer van de bezoeker. Gebruikelijker is het om te spreken van unieke bezoekers, waarbij elk IP-adres (bezoeker) maar één keer per maand wordt geteld, ook als deze persoon de website vaker per maand bezoekt.
  • Branded Content – Dit is content die relevant is voor de doelgroep van de website en waarbij door de uitgever rekening is gehouden met de communicatiebehoefte van een adverteerder, zodat deze zijn merk, product of dienst onder de aandacht kan brengen van de doelgroep.
  • Click Through – Het klikken op een link of advertenties, waardoor de bezoeker op een andere pagina of website terecht komt.
  • ClickTag – Een clickTag is een variabele van een Flash-bestand (SWF-bestand), definieert de bestemmings-URL  en maakt het mogelijk om bij te houden hoe vaak op een banner wordtgeklikt.
  • Contactfrequentie – Het gemiddeld aantal vertoningen (impressies) van een advertentie per unieke bezoeker. Hiervoor wordt het totaal aantal vertoningen  gedeeld door het totaal aantal unieke bezoekers.
  • Contextuele advertenties – Advertenties die worden getoond op basis van de inhoud (content) van een webpagina. Als de inhoud overeenkomt met de trefwoorden van de advertentiecampagne, dan worden de advertenties getoond.
  • Conversion rate / Conversieratio – De verhouding tussen het aantal clicks op een advertentie en het aantal acties na het klikken, bijvoorbeeld het invullen van een formulier.  Soms wordt ook de verhouding bedoeld van de totale kosten van een advertentie, gedeeld door het aantal verkregen clicks, sales leads of verkochte producten.
  • Cookie – Een bestandje dat door de ad server van een website op de computer wordt achtergelaten om dezelfde bezoeker bij een volgend bezoek te herkennen.
  • CPA (Cost Per Action) – Verzamelnaam voor verschillende afrekenmodellen, waarbij aan de hand van een actie van de bezoeker wordt afgerekend. Onder CPA vallen oa. CPC, CPL en CPS.
  • CPC (Cost Per Click) – De kosten per klik op een advertentie.
  • CPM (Cost Per Mille) – De kosten per 1.000 vertoningen (impressies) van een banner.
  • CPL (Cost Per Lead) – De kosten per (sales)lead.
  • CPS (Cost Per Sale) – De kosten per verkocht product of dienst.
  • CPT (Cost per Thousand) – Zie CPM
  • CTR (Click Through Rate) / Clickratio –  Het percentage kliks op een banner ten opzichte van het aantal impressies.
  • Double opt-in – Een vorm van opt-in waarbij de bezoeker zelf toestemming verleent voor bijv. het toesturen van een nieuwsbrief of het tonen van bepaalde commerciële boodschappen én waarbij de bezoeker deze toestemming nogmaals bevestigt d.m.v. het beantwoorden van een e-mail of het klikken op een speciale link.
  • Dode link (Dead link / Broken link) – Een links die niet meer tot een bestaande webpagina leidt, meestal doordat de betreffende pagina is verwijderd.
  • Domainnaam – De naam van een website (www.domeinnaam.nl) die is gekoppeld aan een bepaald IP-adres van de webserver waarop de website wordt gehost.


Naar boven ↑

  • eCPM (Effective Cost Per Mille) – Een berekening van de geschatte kosten per per 1.000 vertoningen (impressies) van een banner.
  • E-marketing (Electronic marketing) – Het inzetten van elektronische hulpmiddelen bij marketing activiteiten.
  • Ezine (Electronic magazine) – Een elektronisch gepubliceerd en doorbladerbaar magazine die is geplaatst op een website of wordt verspreid via een nieuwsbrief of speciale app voor een tablet.
  • Expandable – Een advertentie die uitklapt vanuit een standaard-advertentie als de bezoeker de muisaanwijzer over de advertentie beweegt (mouse over).
  • Fixed fee  – De kosten per periode.  Hierbij is een advertentie bijv. gedurende één maand zichtbaar op een bepaalde website of webpagina.
  • Flash / SWF-bestand – Flash is een techniek van Micromedia (nu onderdeel van Adobe) waarmee sterk geanimeerde advertenties zijn te maken om een zo hoog mogelijke CTR te krijgen. Doordat deze techniek gebruik maakt van vector-bestanden in plaats van afbeeldingen, blijven de bestanden relatief klein van omvang. Flash is een vorm van rich media.
  • Fold – Dit is de denkbeeldige ‘vouw’ van een internetpagina, die zich aan de onderkant van het beeldscherm bevindt. De term verwijst naar de vouw van een dubbelgevouwen krant. Het deel dat bij een internetpagina  ‘boven de vouw’ zichtbaar is, is afhankelijk van de beeldschermresolutie van de gebruiker.
  • Frequency cap – Het aantal keer dat een advertentie aan een unieke bezoeker wordt getoond in een bepaalde periode, bijv. max. 3 keer per maand. Hierdoor kan een adverteerder meer unieke bezoekers bereiken en voorkomen dat een advertentie minder gaat opvallen als deze elke keer wordt getoond.
  • GIF (Graphic Interchange Format) – Een grafische bestandsindeling die veel wordt gebruikt op internet. Bij Animated GIF worden meer afbeeldingen in hetzelfde bestand opgeslagen, waardoor een animatie kan worden getoond. Het aantal kleuren in een GIF-bestand is meestal beperkt tot 256. Vooral bij afbeelding met weinig kleuren en herhalende patronen is een hoge compressie mogelijk. GIF ondersteunt een transparante achtergrond.
  • HTML (Hypertext Markup Language) – Een op SGML (Special Graphics Markup Language) gebaseerde opmaaktaal voor het definiëren van documenten. Dankzij HTML kunnen browser webpagina’s op de juiste manier tonen en van functionaliteiten voorzien, waaronder hyperlinks.
  • HTML5 (HyperText Markup Language 5) – De meest recente afgewerkte versie van de HTML-standaard, die zowel functionaliteit van HTML als XHTML bevat. HTML5 is sinds oktober 2014 een W3C-standaard (recommendation).
  • HTTP (Hypertext Transfer Protocol) – Een protocol die communicatie tussen een browser en webserver mogelijk maakt.
  • HTTPS (HyperText Transfer Protocol Secure) – Een uitbreiding op het HTTP-protocol waarbij gegevens worden versleuteld, zodat deze veiliger kunnen worden uitgewisseld.
  • Hyperlink – Een koppeling (verwijzing) in een tekst naar een andere webpagina, document of afbeelding.


Naar boven ↑

  • IAB (Interactive Advertising Bureau) – Brancheorganisatie voor de online advertising en interactieve marketing industrie. Zie www.iab.nl.
  • Impressie (Ad impression) – Eén impressie of vertoning staat gelijk aan het één keer tonen van een advertentie op een pagina van een website. Omdat op één webpagina meer advertenties kunnen staan, kan één pageview meerdere bannerimpressies genereren.
  • IP-adres (Internet Protocol adres) – Het unieke nummer van een computer, waardoor deze is te herkennen op het internet.
  • JPG / JPEG (Joint Photographic Experts Group) – Een grafische bestandsindeling waarbij afbeeldingen in gecomprimeerde vorm worden opgeslagen. Bij een hogere compressiefactor neemt de beeldkwaliteit af. Bij een JPEG-bestandsindeling zijn slechts 8 bits per kleur mogelijk en is het niet mogelijkheid om een deel van de afbeelding transparant te maken.
  • Landingspagina – Dit is de pagina waarop een bezoeker komt (landt) na het klikken op een link in een tekst of in een advertenties.
  • Lead – Een sales lead is informatie over een mogelijk nieuwe klant (prospect). Een lead wordt verkregen als een bezoeker bepaalde informatie achterlaat of een formulier invult.


Naar boven ↑

  • Meta tags – Velden in HTML-pagina’s met omschrijvingen over de webpagina. Deze velden worden met HTML-tags aangeduid en worden door browsers en zoekmachines gebruikt.
  • Openingspercentage (Open rate / %Opens) – Het percentage ontvangers van een nieuwsbrief dat deze heeft geopend en bekeken. De meeste e-mailprogramma’s zien een nieuwsbrief als geopend als de bijbehorende afbeeldingen van het internet worden gedownload.
  • Opt-in – Het vragen van toestemming aan een bezoeker voor bijv. het toesturen van een nieuwsbrief of het tonen van bepaalde commerciële boodschappen. De bezoeker onderneemt zelf actie om toestemming te geven, zoals het invullen van een formulier.
  • OTS (Opportunity to See) – Zie contactfrequentie.
  • Pageviews – Het aantal getoonde webpagina’s per maand. Eén pageview is één vertoning van een webpagina en moet niet worden verward met de term ‘hit’. Een hit is een verzoek aan een webserver om informatie aan een browser te leveren. Eén pageviews kan vele hits opleveren.
  • PFP (Pay For Performance) – Het betalen voor een bepaalde actie die een bezoeker verricht.
  • PPC (Pay Per Click) – Het betalen per click. PPC is hetzelfde als CPC (Cost per Click).
  • PageRank – De waarde de Google geeft aan een pagina op basis van de populariteit van deze pagina t.o.v. andere pagina’s op het internet.
  • PNG (Portable Network Graphics) – Een bestandsformaat voor rasterafbeeldingen met verliesloze compressie. PNG werd in 1995 ontwikkeld als alternatief voor GIF, vanwege het octrooi op de compressietechniek. Bij PNG ontstaat bij de compressie geen verlies van beeldkwaliteit.
  • Rich media – Een interactieve vorm van media en advertenties waarbij gebruik wordt gemaakt van animatie, video en geluid. Voor rich media advertenties wordt meestal Flash gebruikt.
  • ROC (Run of Channel / Run of Category) – Het tonen van een advertentie binnen een specifieke sectie van een site of op een aantal websites die een bepaalde soort doelgroep bereiken.
  • RON (Run Of Network) – Het tonen van een advertentie op (een deel van) alle websites (het netwerk) van een bepaald bedrijf. Zo is het mogelijk om een advertentie-campagne te tonen op alle sites van Eisma Media Groep.
  • ROS (Run Of Site) – Het tonen van een advertentie op alle pagina’s van één website.
  • RSS (Really Simple Syndication) – Een XML-bestand die informatie (content) van een website bevat, met als doel om deze makkelijk te kunnen delen (syndicatie). RSS wordt vooral gebruikt door blogs en nieuwssites om berichten snel te kunnen delen. Met behulp van RSS kunnen websites makkelijk nieuws van anders sites inlezen en publiceren.
  • RSS-feed – Een overzicht van actuele berichten van een website. Een RSS-feed bevat van elk bericht meestal een kop, een stukje tekst, een foto en een link naar het volledige bericht.
  • RTB (Real-Time Bidding) – Een veilingsysteem waarbij adverteerders real-time bieden op impressies van websites. De adverteerder met het hoogste bod wint de veiling en daarvan wordt de banner op de website getoond. Het veilingproces en het inladen van de banner gaat in een fractie van een seconde en gebeurt tijdens het laden van de overige content en elementen van een pagina.
  • Search engine – Zoekmachine: een dienst die zoekresultaten toont op basis van ingegeven zoektermen.
  • SEA (Search Engine Advertising) – Via online marketing doelgericht verkeer naar je website krijgen via betaalde zoekresultaten, zoals Google Adwords .
  • SEO (Search Engine Optimization) – Via online marketing doelgericht verkeer naar je website krijgen via organische (niet betaalde) zoekresultaten. Door op de juiste manier content voor internet te schrijven en gebruik te maken van trefwoorden, kan een webpagina beter scoren in zoekmachines.
  • SEM (Search Engine Marketing) – Via online marketing doelgericht verkeer naar je website krijgen via zoekresultaten, waarbij verschillende middelen worden ingezet, waaronder SEO en SEA.
  • SERP (Search Engine Results Page) – Een resultatenpagina die een zoekmachine laat zien na het uitvoeren van een zoekopdracht (query).
  • STIR – Stichting Internetreclame. De STIR publiceert maandelijks de resultaten van het Webmeter-onderzoek. Zie: www.stir.nl.
  • Title tag – De HTML-tag is de tekst die bovenin de webbrowser staat. Deze tekst wordt ook door zoekmachine als titel getoond in de zoekresultatenpagina.
  • Traffic – Verzamelbegrip voor activiteit op een website, zoals pageviews en bezoekers.
  • Trefwoorden (Keywords) – Woorden waarop door bezoekers regelmatig wordt gezocht om bepaalde informatie te vinden.
  • Unieke bezoekers (Unique visitors) – Het aantal unieke bezoekers die een website per maand bezoeken. Elke bezoeker wordt geïdentificeerd aan het unieke IP-adres van de computer die deze persoon gebruikt. Bij unieke bezoekers wordt een IP-adres als één unieke bezoeker gezien voor de betreffende maand.
  • URL (Uniform Resource Locator) – Een uniek adres voor een bestand op het internet. Vaak is dit bestand een webpagina of afbeelding.
  • XML (Extensible Markup Language) – Een variant van HTML en ook gebaseerd op SGML (Special Graphics Markup Language).

Naar boven ↑